Kwart over zeven. Een sporttas neergekwakt op de
Tegels en uitpuilend, vol
Legergroen wasgoed. De standaardbus stop naast het
Platform. Een
Strippenkaart graag. Twekkelerveld, twee zones.
Zes gulden vijftig. Stationsplein van Enschede.
“Bij Achilles, dat doelpunt?”
“Was jij vorig jaar niet”
“Vorig jaar was jij toch nog”
“Speelde je vorig seizoen niet
bij Sportlust? Linksbuiten?” “En dat doelpunt, Achilles?”
Deze vrijdag gemist: ’s avonds een stad
Die hij in halfslaap bewoonde. Waar
Hij café’s bezocht, ze in een hurry bezag. Bars
Waar portiers hem herkenden.
Voor een blinde openden stemmen de deuren.
Zwijgende vrienden, vergeten bekenden: hen
Liet hij achter. In trance. Terwijl het licht werd:
Tap, tap. De voet na de ander, “petit labyrinthe”.